Nieuws
Winterweer; tips uit binnen en buitenland
Winterklaar; wat te doen voordat de winter begint
Voorbereiding op de winter. Voordat de winter begint kun je al flink wat dingen doen die ervoor zorgen dat je auto minder snel langs de kant van de weg komt te staan of dat je een ongeluk maakt.
Winterbanden voor de winter
Laat winterbanden monteren. De grote voordelen van winterbanden zijn de betere grip op sneeuw en ijs en het feit dat u minder snel kettingen nodig hebt. In het buitenland kan het niet gebruiken van winterbanden leiden tot medeaansprakelijkheid voor een ongeval.
Winterbanden hebben bijzondere kwaliteiten en zijn doeltreffend bij lage temperaturen (onder de 7° Celsius). De belangrijkste eigenschap van winterbanden is dat ze soepel blijven. Ze zijn ook zeer efficiënt op een nat wegdek of op modderige wegen.
Door het gebruik van winterbanden bij 0° vermindert de remafstand met 6 procent. Bij –5° is de remafstand 12 procent korter, bij –10° zelfs 20 procent.
Maar denk daarom niet dat ze geschikt zijn het hele jaar door te gebruiken. Zodra de winter voorbij is en de temperaturen weer stijgen, vermindert de doeltreffendheid van de winterband (vooral bij hogere snelheden en in het bochtenwerk). Bovendien zal het rubber dan veel te snel afslijten.
De minimumdiepte is wettelijk 1,6 mm, maar de ANWB adviseert onder winterse omstandigheden al bij 4 mm profiel aan vervanging te denken. De lamellen van een winterband verliezen namelijk hun functionaliteit wanneer de profieldiepte onder de 4 mm komt. Deze 4 mm profiel is trouwens minimaal verplicht in Oostenrijk.
In Duitsland en Oostenrijk zijn winterbanden verplicht tijdens winterse omstandigheden. Voor een overzicht van alle landen klik hier.
Laat je auto goed onderhouden
Goed onderhoud is belangrijk om problemem bij lage temperaturen te voorkomen. Laat daarom uw garage het reguliere onderhoud van de auto verzorgen. Deze zal de auto specifiek nakijken op die punten die in de winter het meest kwetsbaar zijn.
-
Accu: Een accu gaat zo'n drie tot zeven jaar mee. Bij lage temperatuur daalt de capaciteit van de accu en wordt de startweerstand van de motor groter. Dan leidt dat tot moeilijker of zelfs niet kunnen starten. Laat de accu dus controleren en desnoods vervangen.
-
V-riem / multiriem: De dynamo en de koelvloeistofpomp worden door de V-riem of multiriem aangedreven. Zonder deze riem kan de dynamo de accu niet opladen en de pomp de koelvloeistof niet rondpompen. De V-riem of multiriem moet gecontroleerd worden op scheuren, rafels en spanning. Wanneer de riem niet voldoende gespannen is, kan deze gaan doorslippen wat een gierend geluid oplevert.
-
Luchtfilter: Het is belangrijk dat het luchtfilterelement op tijd vervangen wordt. Een vuil element veroorzaakt extra brandstofverbruik en een slecht lopende motor.
-
Koelsysteem: De monteur zal controleren of het koelsysteem tot ten minste -30 graden tegen vorst beveiligd is. Tevens is het van belang dat de koelvloeistof volgens voorschrift vervangen is. Laat ook het koelsysteem controleren op lekkages en de toestand van slangen, radiateur en thermostaat nakijken.
Onmisbare dingen in de auto
Wil je goed voorbereid zijn leg dan een aantal dingen standaard in je auto:
-
Ijskrabbers
-
Matten (om uit sneeuw weg te rijden)
-
Schep en veger
-
Werkhandschoenen
-
Doek om de ruiten schoon te wrijven
-
Sneeuwkettingen
-
Plankje voor de krik
-
Startkabels (dikke)
-
Sleepkabel
-
Jerrycan met de juiste brandstof
-
Reservelampjes en zekeringen
-
Verbanddoos
-
reflecterend veiligheidshes
-
Zaklamp
-
Olie- en Koelvloeistof om bij te vullen
-
V-riem
-
Deken
Wat te doen bij sneeuw?
Wanneer er een dik pak sneeuw ligt of als het vriest zijn er ook een hoop dingen die je kunt doen om schade te voorkomen.
De auto voor het rijden.
-
Smeer aardappel op je ruit. Tegen ijsvorming op de ruiten wrijf je ze in met een doormidden gesneden aardappel.
-
Aanwaseming aan de binnenkant van de ruiten ga je tegen door met een doek een heel klein beetje shampo of huishoudproduct over de ruiten te vegen.
-
Vastgevroren sloten voorkom je door een vluiafstotende smering (genre WD 40) in de sloten te spuiten en vervolgens verschillende keren de sleutel erin te steken.
Wanneer je wilt gaan rijden.
-
de auto voor het vertrek goed ijs- en sneeuwvrij maken. De spiegels en de lampen niet vergeten. Het is onmogelijk veilig te rijden wanneer alleen de voorruit aan de kant van de bestuurder vrijgemaakt is
-
giet geen warm water op de ruiten maar maak ze vrij met een krabber
-
laat de motor niet warm draaien. Het is slecht voor de motor, hij warmt nauwelijks op en je vervuilt nodeloos
-
als de auto moeilijk start: schakel de koplampen even aan en uit om de accu te laten opwarmen, probeer terug te starten in één of meerdere korte pogingen (niet aandringen) terwijl je het koppelingspedaal indrukt. De meeste systemen met elektronische injectie en ontsteking beheren de startprocedure zelf, zonder dat je het gaspedaal hoeft aan te raken.
-
even voorzichtig remmen geeft meteen een idee over de toestand van de weg (eerst in de achteruitkijkspiegel kijken !)
-
om de batterij op te laden, na een moeilijke start of na tussenkomst van de wegenwachter, moet je minstens 20 minuten of 30 kilometer rijden.
Tijdens het rijden
-
afstand houden, nog meer dan anders
-
tijdig vertrekken, er zijn bijna altijd meer files dan je denkt
-
oppassen vóór kruispunten, vlak ervoor is het door het remmen meestal bijzonder glad
-
oppassen op bruggen, ze kunnen in een mum van tijd veranderen in glijbanen
-
oppassen bij het binnenrijden van zijstraten, vaak wordt daar nauwelijks gestrooid
-
extra aandachtig zijn bij een temperatuur rond het vriespunt, door het afwisselend dooien en vriezen verandert de toestand van de wegen voortdurend.
-
oppassen voor een ijslaagje met een waterfilm erop. Dat komt voor bij termperaturen rond het vriespunt.
-
wanneer u stopt, gebruik dan geen handrem, die kan vast vriezen. Parkeer de auto best in versnelling.
Slippen
Als de auto ondanks rustig afremmen toch gaat slippen, laat dan de rem los en begin voorzichtig opnieuw te remmen. Blijft de auto toch in een slip, trap dan de koppeling in en blijf steeds in de richting sturen waarheen u van plan was te gaan.
Ook al gaat u recht op een obstakel af, nooit op de rem gaan staan! U kunt alleen proberen het obstakel door sturen te ontwijken. In uiterste nood kan zelfs de bergwand of sneeuwwal als rem dienen. Als u in dit noodgeval maar richting de wand blijft sturen, zal de auto weliswaar steeds van de wand afketsen, maar er tegelijk weer tegenaan rijden. De auto schraapt langs de wand en hij komt binnen korte afstand tot stilstand.
Bron: ANWB en Touring